Nederland erkent onderwijscrisis Curaçao, maar grijpt niet in

Afbeelding

DEN HAAG - De Nederlandse regering erkent dat er een zorgwekkende situatie is in het funderend onderwijs op Curaçao, maar benadrukt dat onderwijs een autonome aangelegenheid is van het land Curaçao. Dat blijkt uit antwoorden van minister Eppo Bruins en staatssecretaris Mariëlle Paul van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op Kamervragen van Tweede Kamerlid Raoul White (GroenLinks-PvdA).


White vroeg opheldering over het derde kritische rapport in korte tijd over het onderwijs op Curaçao. De bewindslieden bevestigen dat er sprake is van een aanhoudend probleem, maar wijzen erop dat Nederland slechts op vrijwillige basis met de Caribische landen samenwerkt aan verbeteringen. Binnen die samenwerking, waaronder het Vierlandenoverleg Onderwijs (M4LO), gebeurt dat via projecten als Kibrahacha (voor lerarenopleidingen) en het programma Strategic Education Alliance (SEA).

Opvallend is dat de slechte staat van het funderend onderwijs op Curaçao niet specifiek is besproken tijdens het laatste Vierlandenoverleg in november 2024. Wel is er via werkgroepen als “Rode Draden Doorlichting” samenwerking op het opvolgen van aanbevelingen uit inspectierapporten.

De BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) vallen wél onder Nederlands bestuur. Nederland zegt daar actief aan de slag te zijn met onderwijsverbetering, mede naar aanleiding van de motie-White, via aparte onderwijsagenda’s per eiland.


370 keer gelezen

Deel dit artikel: